It had been a good day ,so far as cats measure days,between naps and bowls of milk.
The flickering distant drone of the pneumatic drill on the street barely drowned out the sibilant purr.
A leaf stirred hesitantly on a branch outside,only to fold down,ruffling lazily in the afternoon heat.
A fluff of feathers,scattered just outside the window along with a few furry odds and ends,no longer a source of indigestion,fermented briefly in the sonambulent half-dreams of feline forgetfulness.
Fido had other plans in mind as he yelped to be let through the cat flap.Being a toy yorkshire left him far too small to make the leap through the space-time continum alone.
Freda ,the new carer,opened her bedroom door drowsily and pressed the eject button on the flap,and Fido sailed out into the open.
As he tumbled through,he found himself getting bigger.And Bigger!
He was not too concerned,Freda had told him it would be like this.When she went backwards she was a poodle,but that was the other side of two leaps.Fido found himself smooth and free of fur as he looked around, six feet higher than he was used to,and on two legs,instead of four.
The sky was a familiar shade of green,as the two moons hung hazily in the noon shade.Eclipse came twice a day in this bio- sphere,as familiar as daybright.
He came through the leap feeling a little ragged,pushed the time flap to one side,it slithered through itself a couple of times,and folded up quite neatly.
He had just about got used to the uncanny way it followed him around.
Nearly noticing the last traces of how the sky seemed to smell familiar brought awareness of his immediate surroundings crash- ing back to him.Unless he could find shelter,daybright would be dangerously toxic.
Between eclipses the time of sleep deeply hidden underground was the only option.
He could always use the flap to leap again,but he didnt know his transitions at all beyond two leaps.
Coming to think of it,he had never experienced the aquatic side of his amphibious second leap either.
He began to dig with the flap extended into manual mode,and within a short time had a rough shelter covered over with the elastic reeds that grow in profusion,between daybrights.
The little chamber felt cramped enough,haste in bringing the reeds giving way to a final frenzied digging that left him four feet underground.
Should be enough,he thought,as he wrapped the last of the reeds around his upper half.He settled down to wait out the bright...He didn't like it in the cramped little furrow,and soon wished he could fall asleep quicker.He sang a little song to himself;a tiny tune that soon grew to envelop him-like a blanket.Soon the bright baked everything not buried,a punishing glare that broke open even non reflective stone.
That's why leaping was the standard survival mode in the seven worlds.Brights reduced life expectency to even days,without shelter.
The mode of 'clothing',as the leaps were referred to, was a set pattern,one kept ones thoughts mainly to oneself,as personality retention was more than a little problematic in some of the shifts.
The shiftmakers had deceided long ago on hyper-plasmic compromise within a ten percent parameter,leading to some interesting perspectives every tenth shift.
Mermaids were no longer mere myth.Fauns did not restrict access to their favorite leaps,a growing class of hyper-preferential forms was creating new body-groups by the eclipse.
Pegasai with humanoid torsos were nearly as popular as eagline feathering.
He tried not compare the fish out of water feeling that his apparently human torso was protesting about.
The next but one leap might yet hold that particular delight for itself.Yet the bright bit deeper.He soon realised that the covering of sand was forming a hard crust,shell like,on the surface that could be awkward to shift when the bright gave way to the second shade.
After an interminable wait,the surface of seven Two heaved a little above Fido(-1),and gathering what was left of his courage,he cracked his way through to the shade above.
Shaking off the glass-like eggshell around the exit hole ,he set off at a cracking pace looking for familiar or even forgotten places that might help him remember who he was.The problem was that the timing of the leaps rarely synchronized chronologically,so even solving who he might be here would not hold water in the sub aquatic beyond.
This was the basic occupation of all leapers; jumping around the seven trying to find out who the blazes you weren't.
The great thing was the that perceptual cognition processes varied spectacularly between leaps,so a goldfish gets invariably ecstatic on two seconds of recall;so leapers get hooked on the smaller brain parameters.Innocent epiphanies of hope that do not leave the brain benumbd.The shock comes with sentinent or bipedial non recall-the luxury of forgetfulness comes at a premium.
A Modern Lazarus
De kat zat op de mat en merkte dat de hond was er voor, onverstoord draaide het rondjes om Fido, strekte zijn klauwen en sprong op zijn rug. Fido ontwaakte direct en beet de kat in de staart. Snel reagerend sloeg de kat Fido in een slag, heel onverschillig, en zag bijna niet de aangetaste hoeken van Fido’s neus. Nadat de kat weer was gaan liggen, de hond alweer vergeten, spuugde hij zachtjes op het tapijt. Het was een goede dag geweest, zo ver als een kat kan meten tussen slapen en bakjes melk. Het geluid van een op afstand dreunende luchtdruk boor verdween in de kat zijn gespin. Buiten liet een blaadje los van een tak, aarzelend viel het naar beneden op een bankje, alleen om uit te vouwen, lui in de gemoedelijke avond warmte. Een aantal pluizerige veren verspreiden zich buiten het raam samen met wat rommeltjes, niet langer een bron van verwarring, kort in de rondtrekkende helft van de katachtige vergeetachtigheid. Fido had andere plannen in zijn hoofd als hij kefte om eruit gelaten te worden door het kattenluik. Door dat hij een speelgoed Yorkshire was, was hij te klein om de sprong te maken door de ruimte tijd. Freda, de nieuwe verzorger, opende haar slaapkamer deur slaperig en drukte op de open knop, Fido voer de ruimte in. Toen hij struikelend naar buiten viel bemerkte hij dat hij groeide en groeide. Hij was niet zo bezorgd want Freda had hem verteld dat het zo zou gaan, Toen zij terug ging was ze een poedel, maar dat was aan de andere kant van twee tijdsprongen. Fido bemerkte dat hij glad en vachtloos was toen hij rond keek, een meter tachtig lang en staande op twee benen, in de plaats van vier poten. De lucht had een bekende groene tint, de twee manen hingen in de avond glorie. Verduisteringen kwamen in deze bio atmosfeer twee keer per dag, bekend als daglicht. Hij kwam door de tijdsprong, een beetje haveloos, duwde de tijdflap naar een kant, het gleed een paar keer heen en weer en vouwde uit zichzelf netjes op. Hij was bijna gewend aan de manier dat het om zich heen vouwde. Het viel hem op dat de laatste sporen van de lucht een bekende geur had, het bracht zijn aandacht terug naar zijn eigen omgeving. Tenzij hij een schuilplaats kon vinden, zou daglicht gevaarlijk vergif zijn. Tussen de verduisteringen was de tijd om te slapen, diep onder de grond was de enige mogelijkheid. Hij kon altijd de tijdflap gebruiken om een tijdsprong te maken, maar hij wist niet waar hij zou belanden tussen twee tijdsprongen in. Als je eraan denkt, hij had nog nooit ervaren hoe de andere kant van een tijdspong eruit zou zien. Hij begon te graven met de flap uitgestekt in handmatige bediening. In een korte tijd had hij een ruwe schuilplaats bedekt met veerkrachtig riet dat in overvloed groeide tussen de verduisteringen. De kleine kamer voelde benauwd, haastmakend in het leggen van het riet, ruimte gevend voor een uitzinnig graven, dat leiden hem ander halve meter onder de grond. Moet genoeg zijn, dacht hij toen hij het laatste beetje riet om zijn bovenlichaam wikkelde. Hij nestelde zich neder, afwachtend voor de zon. Hij vond het niet plezierig in de benauwde kleine gleuf, en weldra wenste hij sneller in slaap te kunnen vallen. Hij zong een klein deuntje dat al gouw als een deken om hem heen hing. Al snel braadde de zon alles wat niet begraven was, een straffende gloed dat zelfs een reflecterende steen brak. Dat is de reden waarom een tijdsprong een standaard overlevings manier was in de zeven werelden. Zon bracht de levensverwachtingen terug naar enkele dagen als je geen schuilplaats had. De mode ‘zonder kleding’ zoals de sprongen werden genoemd, was een set patronen, men hield hun gedachten voor zichzelf, een persoonlijke spanning was meer dan een klein probleem bij sommige verplaatsingen. De verplaats-makers hadden lang terug besloten over hyper-plasma, een marge van tien procent, leidend tot soms interessante perspectieven, iedere tiende verplaatsing. Zeemeerminnen waren niet langer een mythe. Ze hebben geen restrictie voor hun favoriete tijdspong, een groeiende ‘sprong’ voorkeur creëerde nieuw ‘lichaam’ groepen bij de verduisteringen. Hij probeerde geen vergelijking te maken met een vis op het droge met hoe hij zich voelde in zijn menselijke gedaante. De volgende, maar een tijdsprong verder, kon dat speciale gevoel voor zich houden. De zon branden feller. Hij realiseerde spoedig dat de beschermende zandlaag, op de oppervlakte boven hem, een harde korst begon te worden. Dat kon lastig zijn bij een verandering, zodra het licht ruimte gaf aan de tweede schaduw. Na eindeloos wachten bewoog de oppervlakte van zeven twee een beetje. Hij verzamelde al zijn overgebleven moed, baande zich een weg naar de schaduw boven hem. Schuddend ontdeed hij zich van de glasachtige eierschaal rondom de uitgang van het hol. Hij ging op weg, zoekend naar bekende of zelfs vergeten plaatsen die hem zouden helpen te herinneren wie hij was. Het probleem was dat de timing van de sprongen bijna niet synchroon liepen, dus zelfs als hij nu wist wie hij hier was zou dat geen duidelijkheid geven voor aan de andere kant. Dit was de basis bezigheid van alle tijdsprong gebruikers. Springend door alle zeven, uitproberen te vinden wat je nog niet bent geweest. Een groot ding was dat je waarnemende bewustzijn proces varieerde, spectaculair tussen sprongen, zoals de goudvis die in vervoering komt in twee seconden, zo worden tijdspringers verslaaft aan de kleinere geheugen parameters. Onschuldige verschijning des Heren van hoop, dat de hersenen niet verstijven. De schok komt met het gevoel van …… Geen uitgang. Het luxe van vergeetachtigheid komt als een bonus.